Wat is een depressie?

‘Ik zie het de laatste dagen helemaal niet meer zitten’, of ‘ik voel me zo depressief’. Zoiets wordt tegenwoordig heel gemakkelijk gezegd, maar het is de vraag of er werkelijk sprake is van een depressie, of dat het hier gewoon om een wat sombere stemming gaat? Een depressie is immers officieel een psychiatrische ziekte, zelfs een van de meest voorkomende. Een sombere stemming daarentegen is geen ziekte, maar een ‘gewone’ tijdelijke verandering van stemming.

Een depressie is een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of een zwaar terneergeslagen stemming. In het normale spraakgebruik wordt de term 'depressief' vrij snel gebruikt voor een toestand waarin iemand zich een beetje depressief voelt (bijvoorbeeld Weltschmerz (letterlijk wereldpijn)). Men spreekt echter pas van klinische depressie wanneer aan een uitgebreid aantal criteria wordt voldaan, zoals vastgelegd in diagnostische en statistische handboeken als het ICD-10 van de Wereldgezondheidsorganisatie, of het in Nederland en in de USA gehanteerde DSM-IV TR. Niet iedere depressieve, sombere of verdrietige stemming is dus een psychische aandoening. (bron Wikipedia)

Verdriet of depressie?
Bijna iedereen voelt zich wel eens een aantal dagen (of korter) neerslachtig en ongelukkig. Je hebt dan nergens zin in en ziet overal tegenop. Er komt niets uit je handen; een kop koffie zetten is al te veel moeite. De fut is er uit. Je wilt het liefst in bed blijven liggen, omdat je je ontzettend moe voelt. Daarbij vind je jezelf misschien ook nog een waardeloos persoon. En dan opeens, na een paar dagen, klaart de lucht op en ‘zie je het weer helemaal zitten’. De sombere bui blijkt overgedreven te zijn.
Zoiets als we hierboven beschreven hebben, mag je dat geen depressie noemen. Het is een tijdelijke stemmingsverandering, eigenlijk zelfs een normale gemoedstoestand. De stemming van een mens schommelt nu eenmaal. Het leven zou er anders zelfs wat saai en kleurloos uitzien.
Als iemand een aantal dagen in de put gezeten heeft of verdrietig is geweest, kan daarvoor meestal een oorzaak gevonden worden. Iemand is bijvoorbeeld gezakt voor een belangrijk examen of niet aangenomen voor een baan die hij graag had willen hebben. Dan is de neerslachtige of verdrietige stemming eigenlijk goed te begrijpen. Natuurlijk zijn er wel individuele verschillen. De een herstelt nu eenmaal vrij snel na een zware tegenslag, terwijl de ander al dagen van slag is als bijvoorbeeld zijn fiets is gestolen. Er wordt dan gezegd of gefluisterd: ‘Hij blijft wel erg lang verdrietig’ of ‘Hij is wel heel erg gevoelig’.

Wanneer is er sprake van een echte depressie?
Bij een echte depressie is de stemming abnormaal verlaagd. Er is dan sprake van een pathologische (= ziekelijke) daling van de stemming.
Nu is de grens tussen normaal en abnormaal moeilijk te trekken, de overgang verloopt namelijk geleidelijk. Daarom heeft men in de loop der jaren een aantal normen of maatstaven ontwikkeld, aan de hand waarvan de arts kan bepalen of er nu wel of niet sprake is van een echte depressie. Die maatstaven zijn algemeen aanvaard.
Bij een echte depressie zien we dat de stemming in de loop der tijd verder en verder daalt, tot aan een eventueel ernstig depressieve stemming. Hoe dieper de stemming gedaald is, des te ernstiger de depressie is. Die stemmingsdaling moet minimaal twee weken bestaan hebben voordat van een depressie gesproken mag worden. Het langer duren van de depressieve stemming is dus een belangrijke voorwaarde. Een tweede belangrijk kenmerk voor het mogen stellen van de diagnose depressie is dat de depressieve stemming het functioneren op allerlei gebied negatief beÔnvloedt. Wanneer we hier spreken over een depressie bedoelen we dus de psychiatrische ziekte of stoornis en niet een sombere of depressieve bui. Overigens is behandeling van deze ziekte meestal goed mogelijk.
 

Milde depressie, matige depressie, ernstige depressie

Voor het kiezen van een behandeling is het vooral belangrijk om met een deskundige na te gaan hoe ernstig de depressie is en hoe lang de depressie al duurt. Er bestaan verschillende vormen: lichte depressie, matige depressie en ernstige depressie.
Iemand heeft last van een lichte depressie als hij een aantal depressieve klachten heeft, die niet langer dan drie maanden bestaan. Bij een lichte depressie lukt het iemand de meeste dagelijkse bezigheden te blijven doen. De eerste lichte depressie begint meestal na een vervelende gebeurtenis en kan vanzelf overgaan. Er zijn depressieve klachten maar iemand heeft voldoende veerkracht om in korte tijd zelfstandig of met weinig hulp het oude leven weer op te pakken.
Iemand heeft een matige depressie wanneer het in een aantal weken slechter met hem gaat. Iemand krijgt meer klachten en de klachten worden ernstiger. Het lukt bijvoorbeeld niet meer om naar het werk gaan en thuis voor de kinderen te zorgen. De kans dat de klachten vanzelf overgaan wordt kleiner en hulp van een hulpverlener is gewenst.

Van een ernstige depressie is sprake als de klachten maanden blijven duren, als iemand veel klachten heeft of als de klachten snel verergeren. Ernstige depressies hebben een grote invloed op het dagelijks leven. Mensen met een ernstige depressie komen vaak nergens meer toe. Het lukt iemand niet meer om te werken, boodschappen te doen, voor de kinderen te zorgen en een normaal dag- en nachtritme te volgen. De toekomst, het verleden en het heden lijken een zwart gat. Sommige mensen hebben doodsgedachten. Doodgaan lijkt voor hen minder erg dan doorleven. Soms raakt iemand met een ernstige depressie zijn grip op de werkelijkheid kwijt. Er kunnen wanen optreden, dit zijn gedachten die vreemd of onwaar zijn. Zo kan iemand er van overtuigd zijn dat hij of zij niets meer waard is. Mensen met een ernstige depressie hebben snel hulp nodig van ervaren hulpverleners.

Het onderscheid tussen een lichte, matige of ernstige depressie is niet altijd duidelijk aan te geven. Een lichte depressie kan in een matige en ernstige depressie overgaan. Als de depressie het dagelijks leven ernstig beÔnvloedt, is het nodig professionele hulp te zoeken.

Geen zeldzame ziekte
Depressies komen vaker voor dan de meeste mensen denken. Een op de vijf vrouwen en een op de tien mannen krijgt in haar of zijn leven met een depressie te maken. Volgens andere onderzoeksgegevens maakt jaarlijks gemiddeld een op de dertien Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar een depressieve periode door. Ook 3 tot 8 procent van de 12- tot 18-jarigen heeft er last van. Dit betekent dat op een willekeurig moment in Nederland meer dan 700.000 mensen depressief zijn. Bij deze cijfers zijn alleen de 'echte' depressies meegeteld, anders zouden ze natuurlijk nog een stuk hoger uitvallen. Vrijwel overal ter wereld komen depressies ruim tweemaal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Mensen uit de lage inkomensgroepen hebben een relatief grotere kans op een depressie. Hetzelfde geldt voor alleenstaanden, zoals gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars. Veel mensen hebben slechts gedurende een periode in hun leven last van een depressie. Maar bij 40 tot 50 procent van de cliŽnten is er sprake van recidiverende depressieve episoden, de depressie komt iedere keer weer terug.
Bij ongeveer 15 procent van de mensen met een depressie is er sprake van een chronisch beloop. Bij hen wil de depressie maar niet overgaan. Uit onderzoek blijkt dat 15 tot 20 procent van hen na kortere of langere tijd voortijdig een einde aan zijn of haar leven wil maken.

Depressies worden vaak niet herkend
Niet iedereen die aan een depressie lijdt, komt in aanraking met de psychiater of met iemand uit de geestelijke gezondheidszorg. De meeste blijven bij de huisarts onder behandeling. Ongeveer de helft van de gevallen wordt door de huisarts niet als een depressie herkend. Dat komt niet doordat de huisarts niet deskundig genoeg is, maar doordat vooral de lichte vormen van depressie schuil kunnen gaan achter andere klachten.
Bij veel mensen openbaart de depressie zich door voornamelijk lichamelijke klachten: pijnklachten, slapeloosheid, vermoeidheid en vermagering. Dit wordt (met een eigenlijk verouderde term) een gemaskeerde depressie genoemd. Niet de somberheid, maar de lichamelijke klachten staan op de voorgrond. Dit kan de huisarts op een verkeerd spoor zetten, en ook de cliŽnt zelf zal in eerste instantie niet aan een depressie denken. Gelukkig ontstaat er bij de huisarts de laatste tijd steeds meer belangstelling en aandacht om zo’n ‘verborgen’ depressie in een vroeg stadium te herkennen. Dat is erg belangrijk, aangezien de klachten dan eerder en beter te behandelen zijn.

Gevolgen voor de omgeving
Een depressie betekent niet alleen veel leed voor de betrokkene zelf, maar ook voor de naaste omgeving. Partner, gezin en familie voelen zich vaak erg machteloos omdat ze de cliŽnt niet kunnen bereiken. Ook maatschappelijk gezien heeft een depressie grote gevolgen. Het ziekteverzuim ligt bij depressieve cliŽnten vrij hoog, omdat zij niet naar behoren kunnen functioneren. Bovendien voelen zij zich lichamelijk niet fit, zodat zij veel medische zorg ‘consumeren’: vergeleken met mensen die niet depressief zijn, worden zij vaker door doktoren onderzocht. Vaak komen er zelfs verschillende specialisten aan te pas, die dan ook nog eens allerlei duur hulponderzoek aanvragen. Dit alles heeft tot gevolg dat depressieve cliŽnten veel medicijnen (vaak pijnstillers en/of slaappillen) voorgeschreven krijgen en veel – vaak onnodig – onderzocht worden. Ook onder mensen die in de WAO terechtkomen bevinden zich veel depressieve cliŽnten . Recent onderzoek heeft aangetoond dat de lichtere vormen van depressie de gemeenschap evenveel geld kosten als de ernstige vormen.