 |
Zorg dat de betrokkene depressief
mag en kan
zijn, als je depressief bent is er vaak sprake van schuldgevoelens.
Stelt je naaste gerust en help hem accepteren dat depressie een ziekte
is, dat je ziek bent als je te maken hebt met een ernstige depressie en
je daarom moet 'uitzieken'. |
 |
Verdiep je in wat het
betekent om depressief te zijn. Iemand die depressief is, heeft daar
soms geen energie voor. Je kunt hem geruststellen met informatie over
wat er met je gebeurt als je een depressie hebt, hoop geven, want
depressies gaan bijna altijd weer voorbij. |
 |
Iemand die ernstig depressief is,
heeft rust en veiligheid nodig. Je kunt
niets en je voelt je heel verdrietig en ellendig. Op dat moment is het
belangrijk dat er verzorging en zorgzaamheid is, dat er zo weinig
mogelijk spanning is rond het uitvoeren van taken of het aangaan van
verplichtingen. |
 |
Bij een ernstige depressie
is professionele hulp en inschatting van
risico's noodzakelijk. Neem contact op met de huisarts of met de
behandelaar. Wees alert op gedachten over suïcide. |
 |
Let op dat je naaste de voorgeschreven
medicijnen gebruikt in de juiste dosis op het juiste moment. Bespreek,
als dat kan, wat de medicatie voor een werking en bijwerking heeft en
bespreek dit vervolgens met de arts, als je naaste dit zelf niet (goed)
kan.
|
 |
Let erop dat je naaste de
adviezen van hulpverleners of deskundigen zoveel mogelijk opvolgt en
probeert stap voor stap ook zelf te zorgen voor verbetering van de
situatie, als dit mogelijk is en zodra dit mogelijk is |
 |
Benadruk ten opzichte van
je naaste dat een depressie weer overgaat, hoe hopeloos en eindeloos het
ook lijkt. Bespreek de angst voor 'beschadiging'. Soms lijkt het alsof
je allerlei vaardigheden definitief bent kwijtgeraakt, terwijl het bijna
altijd een tijdelijke zaak is. |
 |
Benadruk ten opzichte van
je naaste dat een depressie niet door
eigen schuld komt, er is ook geen sprake van falen. Vermijd kritiek of
een kritische houding, probeer dagelijkse irritaties in ieder geval
tijdens de ernstige depressie niet te laten blijken.
|
 |
Vraag professionele hulp
-ook voor u zelf- als u de situatie niet aankunt. Het kan daarbij gaan
om psychische ondersteuning maar ook om praktische ondersteuning voor
bijvoorbeeld de opvang van de kinderen of het huishouden.
Overleg met uw huisarts of met bijvoorbeeld met een WMO-loket.
|
 |
Geef 'onvoorwaardelijke'
liefde of warmte aan iemand die depressief is, maak duidelijk dat het
niet uitmaakt hoe je naaste zich voelt of gedraagt, dat dit geen invloed
heeft op jullie vriendschap, band of relatie. |
 |
Wees niet te kritisch over
zaken die misgaan of taken die blijven liggen. Als je depressief bent
heb je een overmaat aan zelfkritiek en een gevoel van waardeloosheid.
Een kritische houding van de omgeving is daarom extra pijnlijk.
|
 |
Probeer je te verdiepen in
wat een depressie is en wat het met je doet. Je kunt daarmee je naaste
beter begrijpen en soms adviseren. (adviseren met mate) |
 |
Probeer uw eventuele
gevoelens van onmacht of boosheid vanwege de situatie te aanvaarden maar
bespreek deze met iemand anders, laat ze niet merken ten opzichte van uw
naaste. |
 |
Probeer met elkaar te
blijven praten maar leg geen nadruk op praten. Samenzijn kan soms al
genoeg zijn. Luister met aandacht, vermijd kritiek en vraag geen
aandacht voor de eigen problemen die de depressie van iemand anders bij
je oproept of veroorzaakt. |
 |
Zorg dat u zelf niet
overbelast raakt, roep hulp in van anderen als dat nodig is en zorg voor
ontspanning. |
 |
Steun de persoon om in
behandeling te gaan of de adviezen van de deskundige serieus te nemen. |
 |
Let op mogelijk gevaar voor
gedachten over suicide, geef ruimte en vertrouwen om ook over dit soort
onderwerpen te praten. Adviseer tijdig professionele hulp als er sprake
is van dit soort gedachten. |
 |
Prijs iedere vooruitgang,
hoe klein ook. Blijf positief en probeer daarin 'echt' te blijven. |
 |
Probeer zoveel mogelijk je
eigen bezigheden te houden, een depressie van een naaste moet niet het
'gewone leven' stilzetten. |
 |
Zoek informatie over
depressie en informeer ook de omgeving voldoende.
|
 |
Als dat mogelijk is zorg dan voor
afleiding voor uzelf en voor de betrokkene. |
 |
Probeer regelmatig dingen te
doen die ontspannend zijn en uw en zijn of haar aandacht op iets anders
richten. Wandelen, fietsen, zwemmen - bewegen is goed en vermindert de
depressie of verhoogt een positief gevoel en leidt af van sombere
gedachten. Dat is ook in de herstelperiode belangrijk.
|
 |
Leg niet teveel accent op
praten als de betrokkene het moeilijk vindt om te praten. Soms is samen
wandelen of fietsen (in stilte) heel prettig en geruststellend. |
 |
Het is belangrijk dat de betrokkene goed
blijft eten. Dat hoeft niet veel te zijn als het maar gevarieerd is. Een
totaalpreparaat vitaminen en mineralen kan zinvol zijn.
|
 |
Goed slapen is erg belangrijk. Vermijd
zorgelijke gesprekken in de uren voor het naar bed gaan.
|
 |
Geef zo weinig mogelijk goedbedoelde
adviezen. Dat blijkt bij mensen met een depressie averechts te werken.
Accepteer dat hij of zij weinig kan, vooral in de eerste tijd en moeite
heeft om ergens toe te komen. Wordt niet boos om vergeetachtigheid en
slecht luisteren en moeheid want dat zijn symptomen van de depressie en
geen onwil. U mag er natuurlijk wel met elkaar over praten en samen
oplossingen proberen te vinden. |
 |
Wanneer de betrokkene aan de beterende
hand is kan het goed zijn om wat meer activiteit aan te moedigen en daar
eventueel behulpzaam bij te zijn. |
 |
Probeer -als er sprake is
van herstel- ook samen naar eventuele oorzaken
van de depressie(s) te zoeken en naar manieren om de invloed daarvan in de toekomst te
verminderen. Verlies je echter niet in het zoeken naar oorzaak van, soms
zijn oorzaken onvoldoende duidelijk. |
 |
Probeer goede informatie te verzamelen.
Om te begrijpen hoe iemand met een depressie zich voelt, kun je hierover
lezen in tijdschriften en folders, of naar informatie zoeken op internet
of in de bibliotheek. Lees niet alleen technische informatie maar ook
verhalen van mensen die zelf een depressie hebben meegemaakt.
|
 |
Voor iemand die in
depressief is, is een luisterend oor vaak heel
belangrijk. Luisteren betekent: laten uitpraten, meedenken en proberen
te begrijpen hoe de ander zich voelt. Probeer de ander niet te
veroordelen of af te keuren. Geef de ander complimenten voor de dingen
die hij zelf probeert te doen. |
 |
Let goed op jezelf.
Leven met iemand die depressief is, is zwaar. Je hebt te maken met
teleurstelling, verdriet en misschien boosheid. Praat over je eigen
gevoelens met anderen en niet met de betrokkene. Zorg voor ontspanning en doe leuke dingen zodat
je niet alleen bezig bent met het zorgen voor de ander. |