|
Depressies in de overgang
Veel vrouwen hebben tijdens de overgangsjaren (tussen 45
en 60 jaar) last van bijvoorbeeld slaapstoornissen, prikkelbaarheid,
onlustgevoelens, een somber gevoel, angsten, een gevoel van
teleurstelling, emotioneel labiel zijn, afname van de seksuele gevoelens
en moeheidsklachten. Volgens de criteria van DSM-IV is er sprake van een
depressieve stoornis, die niet verschilt van de depressie in andere
levensfasen. De depressie kan ook gepaard gaan met vitale kenmerken,
overdreven schuldgedachten of wanen. De vrouw denkt bijvoorbeeld dat ze
aan een kwaadaardige ziekte lijdt (hypochondere waan) of dat ze niets
waard is (nihilistische waan). Het beeld wordt dan verder gekenmerkt
door een verhoogd wantrouwen, soms zelfs door paranoide wanen. De
depressie heeft dan meestal een angstig en geagiteerd karakter. Depressies komen bij vrouwen in deze levensfase zo vaak voor, dat er in die periode kennelijk verhoogde gevoeligheid voor bestaat. Hierbij spelen vooral psychosociale factoren een rol. Oorzaken van depressies tijdens de
overgang
Een vrouw kan in de
overgangsjaren heel wat te verstouwen krijgen. Het definitieve verlies
van de mogelijkheid om kinderen te krijgen is een ingrijpende
verandering. Vrouwen met kinderen hebben in de overgang meer kans op een
depressie, omdat zij in deze periode vaak ook afstand van de moederrol
moeten doen door het uit huis gaan van de kinderen. Dit wordt wel het
'lege nest syndroom' genoemd. Andere psychosociale factoren zijn de ouder wordende echtgenoot en zijn pensionering. Doordat hij nu hele dagen thuis is, ontstaat er thuis meestal een nieuwe rolverdeling. Ook de eigen pensionering van de werkende vrouw of de dood van de eigen ouders tellen mee. In tegenstelling tot wat aangenomen wordt, zijn vrouwen zonder kinderen minder vatbaar voor een depressie, wanneer ze tenminste hun leven goed ingericht hebben. Persoonlijkheidsfactoren kunnen bij het ontstaan van een depressie ook een rol spelen, net als erfelijkheidsfactoren. Tijdens de overgangsjaren komen klachten als opvliegers, transpiratie-aanvallen, hoofdpijn, gewrichtspijnen en aanvallen van duizeligheid duidelijk vaker voor. Deze klachten kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Het prestatieniveau neemt af. Vrouwen beseffen door deze klachten dat ze nu 'echt' in de overgang geraakt zijn, iets waar ze over het algemeen niet aan willen. Er kan zoals gezegd tevens een angst ontstaan voor het ontwikkelen van bijvoorbeeld borst- of baarmoederkanker of van hart- en vaatziekten. De meeste lichamelijke klachten tijdens de overgang hebben te maken met de verminderde productie van oestrogene hormonen in de eierstokken. De client en kunnen eventueel dan ook goed reageren op een behandeling met oestrogene hormonen. Of het hierdoor verdwijnen van de lichamelijke klachten leidt tot de afname van de depressieve klachten, of dat oestrogene hormonen zelf een directe werking op de hersenen hebben, is niet bekend. Behandeling van een depressie
tijdens de overgang
Bij de lichtere vormen
van depressie kunnen ondersteunende gesprekken door de huisarts, een
gesprekstherapie of psychotherapie verlichting geven. De behandeling van depressies tijdens de overgang is in principe gelijk aan die van een depressie in andere levensfasen. Ook hier is het gebruik van antidepressiva aan te raden, zeker voor vrouwen met een depressie met vitale kenmerken. Als de depressie niet verbetert door een behandeling met antidepressiva, kunnen oestrogene hormonen vaak wel tot herstel leiden. Dat is vooral het geval, wanneer lichamelijke klachten als opvliegers en transpiratie-aanvallen op de voorgrond staan. |