De diagnose
Het is belangrijk om een juiste diagnose te stellen. Alleen dan kan er een passende behandeling gestart worden
of een passende oplossing worden gezocht. Vaak stelt de huisarts een diagnose of een voorlopige diagnose.
In de meeste gevallen stelt de huisarts de diagnose. Een huisarts kan
daarbij soms een deskundige inschakelen (bijv. therapeut of psychiater)
en deze kan beoordelen of deze
diagnose wel klopt. Of iemand aan een depressie lijdt, is niet eenvoudig vast
te stellen. Depressie kan samengaan met angstklachten of lichamelijke
ziektebeelden. Soms gaat het om een periode van ernstige somberheid
en/of verdriet vanwege allerlei aanwijsbare omstandigheden en gebeurtenissen.
Dat noem je in eerste instantie een periode van rouw of verdriet, het
hoeft daarbij niet om een depressie te gaan. Niet iedereen die heel somber depressief is, lijdt automatisch aan een depressie.
Om de juiste diagnose te kunnen stellen zijn er psychologische tests ontwikkeld. Dat zijn
standaardinterviews, waarmee bij psychiatrische problemen bepaald kan worden welke diagnose (volgens bijvoorbeeld DSM-IV,
zie verderop in deze tekst) bij iemand gesteld moet worden. Depressieve verschijnselen
We weten nu inmiddels welke verschijnselen of symptomen bij een depressie kunnen voorkomen. We noemen ze gemakshalve
depressieve symptomen en als we ze op een rijtje zetten, kunnen we ze gemakkelijk los van elkaar zien. Om echter van een depressie (stemmingsstoornis) te mogen spreken, moet een aantal van deze symptomen tegelijkertijd voorkomen en moeten ze min of meer met elkaar samenhangen.
Het aantal verschijnselen, de ernst en de duur ervan moet tevens betrokken worden bij het stellen van de diagnose. Dit geldt ook voor de eventuele oorzaken, zowel op psychisch als op lichamelijk gebied. Tevens moet onderzocht worden of iemand een aanleg of gevoeligheid heeft om een depressie te ontwikkelen. Als je dit leest, lijkt het stellen van de diagnose depressie misschien niet moeilijk. Maar door de jaren heen is hier toch altijd veel verwarring over geweest. De laatste tijd is overigens tussen psychiaters steeds meer overeenstemming over het definiëren van de diagnose gegroeid. Indeling volgens de DSM-IV
In Nederland is men in toenemende mate gebruik gaan maken van een Amerikaans indelingssysteem, de DSM. DSM betekent: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Dit indelingssysteem is vervat in een handboek voor het stellen van een diagnose bij psychiatrische ziekten. In het boek staat bij elke psychiatrische ziekte vermeld welke klachten en ziekteverschijnselen bij iemand aanwezig moeten zijn voordat de arts een bepaalde diagnose mag stellen. Momenteel wordt er gebruikgemaakt van de DSM-IV (1994). De belangrijkste soorten van depressies volgens de DSM-IV zijn: * Depressieve stoornis * Dysthyme stoornis * Bipolaire stoornis Daarnaast komen veel voor: De methode DSM IV is niet zaligmakend. In de loop der jaren is er steeds meer kritiek gekomen op het gebruik van deze methode, zowel van de kant van cliënten als van kritische professionals. Depressieve stoornis De afspraak volgens de DSM-IV is dat een cliënt aan een depressieve stoornis lijdt wanneer hij gedurende ten minste twee weken, bijna elke dag en bovendien gedurende het grootste deel van de dag last heeft van minimaal vijf van symptomen: * Gedeprimeerde stemming gedurende het grootste deel van de dag. * Duidelijke daling van belangstelling in aangename activiteiten. * Veranderende eetlust en duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies. * Verstoord slaappatroon of slapeloosheid of meer slapen dan normaal. * Veranderingen in activiteitenniveaus, rusteloosheid of zich beduidend langzamer bewegen dan normaal. * Vrijwel alle dagen vermoeidheid of energieverlies. * Gevoel van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid, en/of vrees. * Verminderde capaciteit om zich te concentreren of besluiten te nemen. * Het denken over dood of zelfmoord. Niet alle symptomen hoeven aanwezig te zijn. Essentieel voor de diagnose zijn natuurlijk wel de depressieve stemming en het opvallende verlies van interesse of plezier in bijna alle activiteiten. Deze twee vormen de kernverschijnselen van de depressie. De verschijnselen hebben tot gevolg dat iemand duidelijk minder goed gaat functioneren, zowel op het werk als prive. We kunnen een lichte of milde, matige en een ernstige vorm van depressie onderscheiden. We spreken van een milde depressie als er niet zoveel symptomen aanwezig zijn (tussen de 5 en de 8), of als de symptomen minder ernstig zijn. Een cliënt die hieraan lijdt, zal ook niet zoveel hinder en beperkingen ondervinden bijvoorbeeld in de werksituatie of in zijn relatie met andere mensen. Milde depressies komen veel vaker voor dan men tot voor kort aannam. Ze worden vaak niet opgemerkt omdat ze soms moeilijk te herkennen zijn. Dat is jammer, want het gevolg is dat veel mensen met een lichte depressie niet op de juiste manier behandeld worden. Hierdoor kan zo’n milde depressie een chronisch beloop krijgen, met andere woorden: een langdurig en blijvend karakter gaan dragen. Op den duur ontstaan er dan wel problemen in het dagelijks functioneren. We onderscheiden verder een matige en een ernstige vorm (de laatste vorm kan gepaard gaan met psychotische kenmerken). De mate van de ernst wordt, behalve door de diepte en de duur van de depressieve stemming bepaald door het aantal andere verschijnselen dat naast de sombere stemming aanwezig is. Lichte Depressie Iemand heeft last van een lichte depressie als hij een aantal depressieve klachten heeft, die niet langer dan drie maanden bestaan. Bij een lichte depressie lukt het iemand de meeste dagelijkse bezigheden te blijven doen. De eerste lichte depressie begint meestal na een vervelende gebeurtenis en kan vanzelf overgaan. Er zijn depressieve klachten maar iemand heeft voldoende veerkracht om in korte tijd zelfstandig of met weinig hulp het oude leven weer op te pakken. Matige depressie Iemand heeft een matige depressie wanneer het in een aantal weken slechter met hem gaat. Iemand krijgt meer klachten en de klachten worden ernstiger. Het lukt bijvoorbeeld niet meer om naar het werk gaan en thuis voor de kinderen te zorgen. De kans dat de klachten vanzelf overgaan wordt kleiner en hulp van een hulpverlener is gewenst. Ernstige depressie Iemand lijdt aan een ernstige depressie als de klachten maanden blijven, als iemand veel klachten heeft of als de klachten snel verergeren. Ernstige depressies hebben een grote invloed op het dagelijks leven. Mensen met een ernstige depressie komen vaak nergens meer toe. Het lukt iemand niet meer om te werken, boodschappen te doen, voor de kinderen te zorgen en een normaal dag- en nachtritme te volgen. De toekomst, het verleden en het heden lijken een zwart gat. Sommige mensen hebben doodsgedachten. Doodgaan lijkt voor hen minder erg dan doorleven. Soms raakt iemand met een ernstige depressie zijn grip op de werkelijkheid kwijt. Er kunnen wanen optreden, dit zijn gedachten die vreemd of onwaar zijn. Zo kan iemand er van overtuigd zijn dat hij of zij niets meer waard is. Mensen met een ernstige depressie hebben snel hulp nodig van ervaren hulpverleners. Het onderscheid tussen een lichte, matige of ernstige depressie is niet altijd duidelijk aan te geven. Een lichte depressie kan in een matige en ernstige depressie overgaan. Als de depressie iemand de baas wordt, is het nodig professionele hulp te zoeken. De behandeling die nodig is in geval van depressie klachten hangt samen met de ernst of de mate van de depressie. Daarnaast zijn er verschillende soorten depressie zoals de winterdepressie, chronische depressie en de postpartumdepressie.
Eenmalige depressie, terugkerend of chronisch Dysthyme stoornis
Een relatief lichte (maar niet te onderschatten) vorm van depressie die de DSM-IV onderscheidt, is de
dysthyme stoornis. Het gaat hierbij echter om een langdurige
depressie. De depressieve klachten moeten langer dan twee jaar geleden zijn begonnen, terwijl de ernst van de klachten vaak erg sterk wisselt. Perioden waarin de
cliënt
erg somber is, worden afgewisseld met perioden waarin hij zich wel wat beter voelt. Toch blijft ook dan de sombere stemming meestal aanwezig. Perioden waarin hij geen klachten heeft, duren in die tijd nooit langer dan twee maanden. In tegenstelling tot de ernstiger vormen van een depressie zijn er, naast de sombere stemming, bij de dysthyme stoornis veel minder bijkomende klachten. Van het grote aantal klachten dat zich bij een depressie voor kan doen, hoeven er slechts minimaal twee aanwezig te zijn. Naast uiteraard de depressieve stemming zijn dat een slechte eetlust (of juist te veel eten, vaak in aanvallen), geringe energie of vermoeidheid, slaapstoornissen of juist overmatige slaapbehoefte, gering gevoel van eigenwaarde, slechte concentratie of besluiteloosheid en ten slotte een gevoel van hulpeloosheid. Dat de verschijnselen bij een dysthyme stoornis relatief licht zijn wil nog niet zeggen, dat cliënten niet lijden. Het lijden is juist zwaar, omdat er geen perioden zijn waarin ze zich echt goed voelen. Ze ondervinden verder behoorlijke beperkingen in het functioneren, zowel prive als op werk en andere gebieden. Ze voelen zich in het algemeen zeer ongelukkig. Het komt voor dat cliënten een geslaagde suïcidepoging doen. Als oorzaak voor de dysthyme stoornis worden vaak psychogene factoren (bijvoorbeeld chronische lichamelijke ziekten of chronische psychische en sociale belasting) en/of neurotische factoren genoemd. Daarom werd deze vorm van depressie vroeger ook wel psychogene of neurotische depressie genoemd, hoewel het oude en het nieuwe begrip elkaar niet volledig overlappen. Kort gezegd is een neurose een uiting van een onbewust psychisch conflict. Dit conflict veroorzaakt angst, die zich op verschillende manieren uit, onder meer in een nerveuze gespannenheid of in een depressieve stemming. De cliënt is zich er niet altijd van bewust waar precies de schoen wringt, het gaat immers om een onbewust psychisch conflict dat kan dateren uit de jeugd. Wellicht heeft hij door voortdurende kritiek van de ouders veel 'deuken' in het gevoel van eigenwaarde opgelopen. Of heeft hij al vroeg veel hevige teleurstellingen meegemaakt. Te denken valt hierbij aan het verlies op jonge leeftijd van vader of moeder, of bijvoorbeeld lichamelijk en/of seksueel geweld (incest). Als zich in de jeugd veel psychische schokken (trauma's) voorgedaan hebben, kan het karakter 'neurotisch' vervormd zijn geraakt. We spreken dan van een karakterneurose, of tegenwoordig liever van een persoonlijksheidskenmerk of persoonlijkheidsstoornis. cliënten kunnen hier in sterke mate onder lijden. Er is dan sprake van een langdurige belasting, die aanleiding kan geven tot een chronische depressie. Overigens kan bij een dysthyme stoornis nog een 'gewone' depressieve stoornis komen. We spreken dan van een depressie die gesuperponeerd (opgestapeld) is op de dysthyme stoornis. Dit wordt ook wel een dubbeldepressie genoemd. Omdat zowel psychosociale als (karakter)neurotische factoren als de boosdoeners gezien worden bij het ontstaan van een dysthyme stoornis, werd voorheen psychotherapie als enige juiste behandeling beschouwd. De laatste jaren echter zijn er aanwijzingen dat het om een combinatie van oorzaken gaat, waarbij ook biologische (lichamelijke) factoren een rol kunnen spelen. Dat verklaart waarom ook medicijnen tegen depressies toegepast kunnen worden. Bij het gebruik van antidepressiva verdwijnt de dysthyme stoornis overigens niet volledig, maar kan de depressie als minder zwaar beleefd worden. Bipolaire stoornis
Sommige mensen kennen zowel perioden van depressie als manische perioden met overmatige activiteit. Dit ziektebeeld is beter bekend als ‘manisch depressieve stoornis’. De DSM-IV gebruikt hiervoor de term bipolaire stoornis. Hierin komt tot uitdrukking dat het ziektebeeld gevormd wordt door twee tegenovergestelde polen: enerzijds een depressieve pool, anderzijds een manische pool. Bij de manie is de stemming juist opgewekt en meestal zelfs veel te opgewekt (eufoor). We spreken van een ziekelijk opgewekte stemming. Alles wordt door een roze bril bekeken. De cliënt heeft een tomeloze energie, waardoor hij van alles onderneemt en het liefst ook allemaal tegelijk. Het lukt ook allemaal, althans in het begin. Hij kan zich zowel in financiële als in seksuele avonturen storten. Schulden worden probleemloos gemaakt. Slapen is er nauwelijks bij, hij vindt het zonde van de tijd. Iemand met een manie is moeilijk te volgen. De gedachtegang is niet logisch, maar chaotisch, zodat zo’n cliënt in een gesprek van de hak op de tak springt. Iemand met een manie heeft niet in de gaten dat hij of zij drukker geworden is en onverantwoorde dingen doet. Als men probeert de manische cliënt dat duidelijk te maken of zelfs probeert hem wat af te remmen, kan hij geprikkeld of boos reageren. Iemand met een manie duldt geen tegenspraak zodat er snel ruzie kan ontstaan. Dit kan met plotselinge woedeuitbarstingen gepaard gaan. De verschijnselen tijdens de depressieve episode van de bipolaire stoornis zijn dezelfde als die van de depressieve stoornis. Kenmerk is uiteraard dat er zich kortere of langere tijd tevoren of erna een of meer manische perioden hebben voorgedaan. Aanpassingsstoornis
Wanneer iemand een nare of ingrijpende gebeurtenis meemaakt, kan hij of zij daardoor van slag raken. De gebeurtenis moet verwerkt worden en hij moet zich aan de nieuwe situatie aanpassen. Soms kan dit tijdelijk tot een wat sombere stemming aanleiding geven. En dat is eigenlijk normaal. Sommige mensen kunnen zich echter niet aanpassen en zakken weg in een wat langer durende depressieve periode. Dit wordt dan een aanpassingsstoornis met depressieve stemming genoemd. De stoornis staat daarom ook apart in het DSM-IV-systeem vermeld. Rouwproces
Rouw is een normaal verschijnsel na het overlijden van een geliefd persoon. De rouwreactie is zelfs ‘gezond’ te noemen. Algemeen wordt aangenomen dat een normaal rouwproces onmisbaar is om het verlies te kunnen verwerken. Maar iedereen verwerkt het verlies op z’n eigen manier. De een wil er bijvoorbeeld wel veel over praten en de ander juist weer niet. Het eerste lijkt overigens vaak beter te zijn. Een rouwproces kan gemiddeld 6 tot 12 maanden duren of zelfs langer. De beleving van rouw en de lengte ervan kan overigens per cultuur aanzienlijk verschillen. Er bestaat een essentieel verschil tussen rouw en een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. Rouw een normaal verschijnsel is na bijvoorbeeld het overlijden van een geliefd persoon. De ernst van de sombere stemming en de duur ervan hebben een logisch verband met de ernst van het verlies dat iemand heeft geleden. Bij de aanpassingsstoornis met depressieve stemming is dit niet het geval. Hier staat de ernst en de duur van de sombere stemming, en de invloed op het dagelijks functioneren niet in verhouding tot de ‘stressfactor’. De somberheid lijkt in verhouding tot de aanleiding overdreven ernstig. Het rouwproces kan ook gecompliceerd verlopen, bijvoorbeeld wanneer het jaren in beslag gaat nemen. We spreken dan van pathologische rouw. Er heeft zich dan in de meeste gevallen tevens een depressie ontwikkeld en soms beginnen de problemen met een depressie, nog zonder rouw. Gevoelens omtrent de overledene worden verdrongen. Rouwtherapie lijkt hier het aangewezen middel. In gesprekken zou dan moeten worden geprobeerd het rouwen op gang te brengen. Daarbij worden nog eens alle aspecten rond en na het overlijden met de therapeut doorgenomen. Depressie door een lichamelijke aandoening
Wanneer de depressie wordt veroorzaakt door een stoornis, bijvoorbeeld in de hersenen, lever of schildklier, spreken we van een depressie door een lichamelijke aandoening. Hierbij verstoort de lichamelijke ziekte op een of andere ingewikkelde manier de hersenfunctie. Een depressie met lichamelijke oorzaken is heel moeilijk te onderscheiden van een depressie die niet van organische oorsprong is. Dat geldt zeker wanneer iemand die last heeft van regelmatig terugkerende depressieve perioden, ook nog een lichamelijke ziekte krijgt. Hij wordt dan depressief, maar waar nu de oorzaak ligt, wordt niet duidelijk. In dit geval zal het zeer waarschijnlijk om een combinatie van factoren gaan. Depressie veroorzaakt door middelen
Geneesmiddelen kunnen ook invloed hebben op de stemming. Medicijnen die hormonen bevatten en sommige medicijnen tegen hoge bloeddruk zijn de meest bekende voorbeelden. Wanneer iemand een depressie heeft, moet onderzocht worden of er medicijnen gebruikt worden die de stemming kunnen
beïnvloeden. Het staken hiervan, indien mogelijk, doet de stemming dan weer vrij snel opklaren. Het frequent gebruik en misbruik van alcohol, hasjiesj, amfetamine, cocaïne en andere drugs kan ook een depressie veroorzaken. Deze middelen geven, zoals bekend, in eerste instantie een stemmingsverbetering, maar na enige tijd ontstaat er een sombere stemming. Het verraderlijke is echter dat diezelfde middelen weer genomen worden om deze stemming teniet te doen. Zo is de vicieuze cirkel rond waarmee het verslavingsgedrag onderhouden wordt. Er moet dan ook altijd gevraagd worden naar verslavingen. |