
Integrative Medicine richt zich niet zozeer op ziekte, klachten en beperkingen maar op vitaliteit, welbevinden en mogelijkheden. Binnen Integrative Medicine (IM) wordt de wisselwerking bestaat tussen lichaam en psyche erkend en wordt deze kennis actief gebruikt in het proces van preventie en herstel van ziekte. De Engelse term Integrative Medicine wordt gebruikt om aan te geven dat IM een wereldwijde beweging is die in Amerika, Canada en Australië al breed op gang gekomen is. Het Consortium of Academic Health Centres for Integrative Medicine werd al in juli 1999 opgericht. Op dit moment hebben zich in dit Consortium 44 academische medische centra aangesloten waaronder Duke, Harvard, Yale en Stanford University. Deze centra passen IM toe in de patiëntenzorg, in de opleidingen en in onderzoek. Daarnaast is er een groeiend aantal initiatieven in Europa, met name in Duitsland en een leerstoel in Zwitserland en Zweden. In Nederland is IM minder populair dan in andere landen in Europa zoals Duitsland, Groot-Brittanie en Portugal. In deze landen is complementaire (aanvullende) zorg vaker een gewoon onderdeel van de gezondheidszorg.
In Nederland is wel degelijk een beweging te zien naar de
Integrative Medicine. Er zijn bijvoorbeeld al enige opleidingen op dit gebied:
Hogeschool A’dam met Integrative Medicine, Van Praag Instituut met
complementaire zorg, Saxion Hogeschool met een minor complementaire zorg, V&VN
heeft een afdeling complementaire zorg en het centrum integrale psychiatrie
Lentis verzorgt cursussen. Op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg is
binnen Lentis een Centrum Integrale Psychiatrie gestart waar naast de ‘gewone’
psychiatrie ook een aanbod is aan complementaire behandelingen. Hierbij kun je
denken aan massages, mindfulness, beweging, relaxatie, vitamines, kruiden, etc.
De vier pijlers van Integrative Medicine
Integrative Medicine heeft vier pijlers waarbij elke pijler even belangrijk is.
Deze pijlers zijn:
• Er is sprake van een gelijkwaardige arts-patiënt relatie waarin de patiënt
centraal staat en de arts meer als ondersteunende coach functioneert.
• De patiënt heeft een actieve rol in het voorkomen van ziekte, zijn welbevinden
en in het eigen genezingsproces.
• Reguliere therapieën worden, waar mogelijk en wenselijk, gecombineerd met
complementaire therapieën om te komen tot de meest effectieve, minst
ingrijpende, minst toxische en goedkoopste behandelingsstrategie. Hierbij worden
naast de lichamelijke aspecten ook de andere aspecten van de persoon betrokken.
Complementaire therapieen die gebruikt worden, zijn onderzocht en hebben een
erkende werking.
• Er wordt gewerkt in een zogenaamde healing environment waarbij de omgang met
elkaar en de omgeving waarin gewerkt wordt bijdragen aan het algemeen
welbevinden.
Integrative Medicine is niet hetzelfde als Integrale Geneeskunde of Holistische
Geneeskunst.
Onderzoek naar Integrative Medicine in Nederland
Skipr (www.skipr.nl) heeft in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, NIKIM
en Medtnet onderzoek gedaan naar de betekenis van Integrative Medicine in
Nederland in het beleid en op de werkvloer van zorginstellingen. Aantal
respondenten is 162, waarvan 27 bestuurders & managers en 72 artsen &
specialisten.
Zorginnovatie op het gebied van de arts-patiënt-relatie
Van de respondenten geeft 52,5% aan dat in de zorginstelling te doen, maar zou
wel meer erover willen weten en meer middelen willen hebben om er meer mee te
kunnen doen. De ondervraagden geven aan wel heil te zien in een coachende arts
die motivationele gesprekken voert. Zorginnovaties die gericht zijn op preventie
en eigen verantwoordelijkheid van de patiënt (leefstijlcoach en Health Buddy)
Van de respondenten geeft 54,9% aan dat preventie en eigen verantwoordelijkheid
onderdeel zijn van de zorgprogramma’s. Ook hier zouden meer middelen welkom
zijn. Hoeveel respondenten denken dat de volgende technieken een positieve
aanvulling zijn op de reguliere behandeling? Mind-body therapieën, zoals
meditatie, visualisatie, mindfulness en hypnose - 79% vindt dit positief. 54,3%
zou het graag in eigen instelling zien.
Voedingssupplementen als visolie en probiotica – 59,3% vindt dit positief. 41,4%
zou het graag in eigen instelling zien.
Leefstijltherapieën (bewegen en ontspanning) – 90,1% vindt dit positief. 71,0
zou het graag in eigen instelling zien.
Chinese behandelwijzen (acupunctuur of acupressuur) - 61,1 % vindt dit positief.
25,3 % zou het graag in eigen instelling zien. Manuele behandelwijzen (massage,
chiropractie, osteopathie) – 62,3 % vindt dit positief. 32,1% zou het graag in
eigen instelling zien. Kruiden, 37,7% vindt dit positief. 20,4% zou het graag in
eigen instelling zien.
Kunstzinnige therapieën (muziek/schilderen) 61,1 % vindt dit positief. 37,7% zou
het graag in eigen instelling zien.
Energetische behandelingen (therapeutic touch en homeopathie) 40,1% vindt dit
positief. 22,2 % zou het graag in eigen instelling zien.
Complementaire technieken
Over aanvullende technieken in het algemeen zou 70,4 % graag zien dat er meer
onderzoek naar wordt gedaan. En eenzelfde aantal staat niet onwelwillend
tegenover introductie van aanvullende behandelingen. Vooral een helende omgeving
wordt gezien als positieve ontwikkeling. 75,9% van de ondervraagden vindt dat
een prettige omgeving de genezing van de patiënt bevordert. Ruim eenderde van de
ondervraagden kent het concept
Integrative Medicine (37%).
Het onderzoek geeft aan dat er ook in Nederland een toenemende belangstelling is
voor IM. Inés von Rosenstiel is voorzitter van het NIKIM, het Nationaal
Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine. In het Slotervaartziekenhuis
zorgt zij ervoor dat er diverse complementaire therapieen worden aangeboden. In
het Slotervaartziekenhuis wordt erg gewerkt met o.a. hypnose, yoga,
aromaverneveling, massage en voedingscursussen. Terwijl er in Nederland nogal
schamper wordt gedaan over IM, zijn er in het buitenland veel wetenschappelijke
studies verschenen over IM en wordt het vaker als onderdeel van de
gezondheidszorg aangeboden. Inés von Rosenstiel verwacht dan ook dat het aanbod
van IM in Nederland de komende jaren sterk zal stijgen.
Susan Hupkens van het kenniscentrum Kennis van Zorg van de Hogeschool geeft aan dat we in Nederland onze historische banden met kruidengeneeskunde hebben verbroken. Door strenge wetgeving en het politieke klimaat is de kruidengeneeskunde in de gezondheidszorg zo goed als verdwenen, terwijl kruidengeneeskunde in Nederland, net als in Duitsland, op een hoog peil stond. De WHO heeft in 2002 haar lidstaten geadviseerd onderzoek te doen naar complementaire en alternatieve geneeskunde en deze meer te integreren in de reguliere gezondheidszorg. Het Europees Parlement adviseerde het proces van erkenning van niet-conventionele geneeswijzen op gang te brengen. In Nederland is daar nog geen gehoor aan gegeven.
NIPO en de vraag van patiënten
In 1998 deed het NIPO een enquete onder de Nederlandse bevolking waaruit blijkt
dat men vindt dat complementaire behandelingen aangeboden moeten worden in het
ziekenhuis en in de gezondheidszorg. In 2005 constateerde de Consumentenbond dat
87 % van de bevolking positief of neutraal staat ten opzichte van complementaire
behandeling.
Op dit moment is er in Nederland vooral sprake van kleinschalige projecten op het gebied van de IM. Door het NIKIM wordt geschat dat het gaat om ongeveer vijftig projecten en er zijn achttien ziekenhuizen bij betrokken. Het Flevoziekenhuis geeft bijvoorbeeld massages en aromatherapie op de afdeling oncologie en het Diakonessenziekenhuis in Utrecht heeft een CD met visualisatietechnieken. De Mindfulness training of aandachtgerichte training van de afdeling Psychiatrie van het St. Antonius Ziekenhuis is een ander voorbeeld.
Weerstand
Naast alle positieve geluiden en verwachtingen rond de Integrative Medicine is
het goed om te besluiten met de constatering dat er in Nederland wel een
ontwikkeling is op dit gebied, maar dat er zeker ook de nodige weerstand is. De
artsenorganisatie KNMG is zeer kritisch op dit gebied en artsen riskeren kritiek
van collega’s als zij zich ‘inlaten met complementaire zorg’. Veel artsen
stellen zich zeer kritisch op als het gaat om andere benaderingen dan de
reguliere, bekende benaderingen. De beweging naar een meer ‘complete’ zorg moet
het hebben van bevlogen artsen, bestuurders, verpleegkundigen en andere
zorgprofessionals. En: last but not least. Als patiënten massaal gaan aangeven
dat zij gebaat zijn bij complementaire zorg, naast of in plaats van de reguliere
zorg, kan het zaadje dat geplant is alleen nog maar gaan groeien.
René Kragten juli 2010
Bronnnen: SKIPR, NIKIM, IOCOB